Gezamenlijk Zondagsblad

Informeert en inspireert betrokken kerkmensen

 

‘Flink zijn’, het is zo’n uitdrukking die werd gebruikt door vorige generaties. Of ouders van nu dat tegen hun huilende (beschadigde, geschrokken) kinderen zeggen weet ik eigenlijk niet, maar ik betwijfel het wel. Zelf kreeg ik het pasgeleden nog weer eens toegevoegd, maar dan corrigerend bedoeld. Ik was in het ziekenhuis en de arts vond het maar jammer dat ik niet eerder was gekomen en kennelijk vond dat ik flink had moeten zijn. ‘Als ik u zo zie, hoort u in een ziekenhuisbed’, zei hij. Ik blij, dat ik er nu (pas) was. Meen nu niet, dat ik hoor bij de categorie die meent dat jongens niet mogen huilen en zo. Van mij mogen ze, wanneer daar een goede reden voor is. ‘Gezeur’ is iets anders natuurlijk. Ik herinner me, dat mijn oudste zus ooit aan mijn moeder vroeg om toestemming voor iets. Ze wilde met een nichtje ergens heen en mijn moeder vond dat niet goed. Teruggekomen met die boodschap, was de reactie van de nicht: ‘Maar je hebt nog niet eens gezeurd’. Waarop mijn zus duidelijk maakte, dat zij dat bij haar moeder nit hoefde te proberen.

 

Maar ‘flink zijn’. Het is niet om te vergelijken. Ik zou niet durven. Maar denk eens aan Jezus in Getsemane. Wanneer Hij, op het zo verschrikkelijke moment, zijn Vader vraagt of het niet anders kan dan langs de weg van Golgotha, krijgt Hij niet te horen dat Hij flink moest zijn. Kennelijk werd Hij op de een of andere manier geholpen, gesterkt, zodat Hij zich kon houden aan wat was afgesproken. Innerlijke – en in dit geval: goddelijke – kracht.

 

Hoe is die uitspraak, dat gebed, ook weer? Iets in de trant van: ‘Geef mij de wijsheid om te veranderen wat veranderd kan worden en de kracht om te dragen wat ik niet kan veranderen’.

 

Onze tijd is in mijn ogen nogal eens te beschrijven als een ‘pampertijd’. Het leven zou leuk moeten zijn en ongehinderd gevierd kunnen worden. Vandaar dat bij het minste of geringste, en ook bij werkelijke rampen gelukkig, een batterij hulpverleners ingeroepen wordt. ‘Op de tanden bijten’ lijken we niet of nauwelijks meer te kunnen. Of, zoals een schoolvriendje van onze dochter het zei: ‘Op het ijs en in het leven, wil het wel eens vallen geven, maar Marije denk er aan, altijd opstaan en weer verder gaan’. Goede les dacht ik zo.

 

Natuurlijk je kunt te flink zijn. Je kunt ook op een onverstandige manier moeite hebben met het vragen van hulp. Het kan een kwestie van karakter, of zelfs van opvoeding zijn. Het vinden van een verstandige en heilzame tussenweg is misschien niet altijd gemakkelijk. Maar is het spoor van Jezus, zijn wij in ieder geval niet geroepen om ‘piepers’ te zijn. Ik hoor het mijzelf zefgen, nu ik dankbaar ben voor de zeer attente zorg waaraan ik nu ben onderworpen. Ook al en ik het niet eens met de opmerking dat ik ‘te flink’ zou zijn geweest.