Gezamenlijk Zondagsblad

Informeert en inspireert betrokken kerkmensen

 

De kloven worden breder en dieper. Waardoor ontstaat een dergelijke ontwikkeling? Politiek gezien lijkt er sprake te zijn van verharding en verwijdering in nogal wat delen van onze aarde. Economisch niet minder. Steeds groter worden de verschillen. Een heel klein groepje mensen bezit een heel groot deel van wat er beschikbaar is aan goederen en kapitaal. Gisteren zag ik op een brievenbus dan wel een sticker met de boodschap ‘vernietig het kapitalisme’, maar of dat ons verder helpt betwijfel ik. Het alternatief dat deze boodschap eerder uitdroeg, het communisme, heeft niet echt geholpen. En binnen Europa zitten we ook al met de nodige problemen. De Italiaanse begroting is misschien wat dat betreft nog maar één van de minste zorgen. De corruptie, het antisemitisme, de weerzin tegen migranten, tegen wie anders is en anders gelooft, zoals dat de laatste tijd ook binnen de EU allemaal aan de oppervlakte komt, lijkt me veel dreigender voor een goede toekomst van onze wereld. Waar komt het vandaan, door wie wordt het gevoed, waarom zijn mensen, soms politici voorop er zo gevoelig voor?

 

‘Mijn God, gewapend tot de tanden voeren twee mannen in mij strijd’, dichtte Racine (Gezang 88 in het vorige Liedboek). Als dat zo is – en ik vrees dat het zo is – dan is de vraag welke van die twee het gaat winnen in ons leven. Het lied eindigt met ‘Kom mijn verscheurde hart genezen o Heer, door uw genade groot ...’. Maar als je nu niet tot een dergelijke gebed komt en de boel maar de boel laat? Wie volg je dan uiteindelijk? Dat het niet Jezus is kan snel duidelijk worden. Maar wat is dan de bron van het kwaad waardoor mensen onmenselijk gaan doen?

 

Natuurlijk zal er dan allereerst moeten worden gepraat over onze eigen verantwoordelijkheid. Die blijft te allen tijde. Maar je zou je kunnen afvragen welke van die twee bovengenoemde mannen door ieder van ons het best wordt gevoed of getraind. En dan duikt toch op de achtergrond de gruwelijke schaduw op van Gods tegenstander, Satan, de duivel. Van hem zei (ook) Joris Luijendijk (weet u het nog van een paar weken geleden?) dat we hem geen groter plezier doen dan te denken dat hij niet bestaat. In het Grieks staat er voor duivel ‘diabolos’. Om het kort te houden: zijn werkwijze is het uit elkaar drijven van wie en wat er bij elkaar hoort. En kijk dan weer eens naar wat ik beschreef. Waarom zorgen leiders meer voor zichzelf, familie en vrienden, dan voor hun volk? Waarom is voor sommige zeer kapitaalkrachtigen meer nooit genoeg, ook al zien zij wat het doet met wie kansarm is? En dichterbij: waarom komen mensen die bij elkaar horen tegenover elkaar te staan, waarom vervreemden zij van elkaar? In kerken, families, buurten, enz. Lees eens Jakobus 4. ‘...verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. Nader tot God, dan zal hij tot u naderen.’ Wie dat oefent, verandert de wereld – wellicht maar een beetje, maar zeker ten goede en tot eer van God.