Gezamenlijk Zondagsblad

Informeert en inspireert betrokken kerkmensen

 

Of ik over Exodus 1 zou willen en kunnen preken. Het was de vraag van een collega. Hij ging in zijn gemeente een serie houden over dat Bijbelboek. In de planning had hij er kennelijk geen rekening mee gehouden dat het eerste hoofdstuk aan de beurt was wanneer hij er zelf niet was. Het leek mij een aardige uitdaging.

 

Allereerst ga ik dan als voorbereiding op zoek naar voorbeelden. Wat hebben andere ‘prekers’ zoal bedacht bij deze tekst? Tot mijn grote verbazing was er zelfs op de website Preekwijzer.nl nauwelijks iets te vinden over het eerste hoofdstuk van dit tweede Bijbelboek. Evenmin in de ruim zestig uitgaven van de voorloper van deze site, de boekenserie Postille. Kennelijk heeft zelden iemand de moeite genomen om dit verhaal te gebruiken voor een preek. Aan kinderbijbelverhalen geen gebrek. Mozes in het biezen kistje, gered door een prinses … maar dat is al hoofdstuk 2. Waarom is er zo weinig aandacht voor het begin?

 

Het is belangrijk genoeg. De oorzaak van de slavernij voor het volk van Israël wordt er in beschreven. Het besluit om de groei van het volk in de kiem te smoren door het vermoorden van alle pasgeboren jongens en daarbij die groei te hinderen door de mannen uit te putten met steeds zwaarder werk. Er zijn in de veertiger jaren van de vorige eeuw heel wat mannen van uitputting door erg zwaar werk gestorven in Azië en Europa.

 

Het is dus ook een actueel verhaal. Ook al omdat deze koning ‘die Jozef niet had gekend’ (die dus zijn geschiedenis niet kent) het benauwd krijgt van de vreemdeling binnen de grenzen. Wie ‘anders’ is, ziet hij als een bedreiging. Zelfs als een mogelijke vijfde colonne. Er is inderdaad niets nieuws onder de zon.

 

Maar wat mij het meest aanspreekt is de rol van vrouwen in deze aanloop naar de bevrijding, naar de uittocht uit Egypte. In dit eerste hoofdstuk gaat het over twee, straks begint het volgende hoofdstuk met nog drie andere: Mozes’ moeder, zuster en de prinses. Maar de eerste twee, dat zijn Sifra en Pua. Twee Hebreeuwse vroedvrouwen. De farao wil hen collaborateurs maken. Hij vraagt van hen om voor hem het vuile werk op te knappen. Vergis ik me, of zijn deze twee de eerste burgerlijk ongehoorzamen in de geschiedenis van onze wereld?

 

Het gedrag van de vijf vrouwen laat mijns inziens zien, dat de opdracht van Paulus ‘Eer de overheid’, zijn grenzen heeft. En dat met Gods instemming. Christenen kunnen onmogelijk van ‘bevel is bevel’ zijn. Ook een overheid kan zwaar fout zitten. Maar wat dan ook weer prachtig is hier, is dat het verzet tegen een misdadig bevel geweldloos is. Net als kerkasiel.

 

Het doet denken aan Jezus bij diens arrestatie in de hof van Gethsemané, als Petrus er met een zwaard op in hakt. Hij verbiedt het. Geweld is niet de weg van deze Bevrijder, van Jezus. Je zou kunnen zeggen dat zijn kracht te groot is voor primitief gebeuk.