Gezamenlijk Zondagsblad

Informeert en inspireert betrokken kerkmensen

Terwijl ik met dit stukje bezig ben, regent het buiten. Niet even, maar al de hele dag en de verwachting is dat het ook zo zal doorgaan in de avond. De paar mensen die ik vandaag tot nu toe sprak, maakten allemaal een opmerking over dergelijk weer. Begrijpelijk. Grijs, druilerig, geen sprankje zon, alles nat en op veel plaatsen modderig. En dat in dagen die toch al worden gekenmerkt door beperking en weinig vrolijk stemmende omstandigheden.

Nu is een van mijn favoriete Bijbelteksten Filippenzen 4 vers 4: Laat de Heer uw vreugde blijven: ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Mooi gezegd, maar hoe doe je dat? Vooral dat : wees altijd verheugd. Op een dag als deze druilerige? Met daarbij toch al het dringende verzoek om zoveel mogelijk thuis te blijven? Wees eerlijk: wij zijn in het algemeen best gevoelig voor de omstandigheden, voor sfeer. En de wereld ziet er anders uit op een mooie lentedag en de mensen zijn dan gewoonlijk vrolijker en vriendelijker.

‘Hagel en sneeuw, onweer wind en regen, deren ons niet. Wij kunnen er wel tegen.’ Dat zongen we vroeger, wanneer we als padvinders in weer en wind onderweg waren. Dapper klonk het, maar dat wil niet zegen dat we blij waren met slecht weer.

Dus: hoe houden we de moed er in? En dan nog wel met vreugde?

Het geheim zit mijns inziens in de paar woorden die in de volgende regel staan: de Heer is nabij. En daarmee wordt het spannend. Immers, dan komt de vraag aan de orde of wij wel beseffen dat God te allen tijde met ons is. Hij is er altijd en kent mij ‘als ik zit of sta, onderweg ben of uitrust’ (Psalm 139). Dat weten, die zekerheid, dat besef dat de Heer er bij is, de hele dag door, dat vertrouwen – hoe bewust zijn wij ons daarvan? Onze cultuur is niet meer zo van ‘zekerheid’. Waarschijnlijk werd daar in het verleden wel wat te gemakkelijk – te verplichtend - over gedaan en sloegen wij – wellicht mee daardoor – door naar ‘zeker weten kan niet, dat is het geen geloven meer’. Wie dat gelooft, of zich dat heeft laten aanpraten, raad ik aan om Hebreeën 11: 1 nog eens te lezen, te overdenken.

Het is misschien wel de armoede van onze cultuur, dat wij de verbinding kwijt raakten tussen God en ons alledaagse bestaan. Een nuttige, mooie oefening lijkt me: stap voor stap ontdekken hoe we kunnen leren leven met de gedachte: God is met ons, te allen tijde, elke stap en elk moment. Als het ons goed gaat en als het minder gaat. Als de zon schijnt en als het de hele dag regent. Als ik spreek en als ik zwijg. Als ik een keuze moet maken en als ik daar geen zin in heb. Altijd dus. De hype die we hebben gehad van WWJD (wat zou Jezus doen) was eigenlijk zo gek nog niet realiseerde ik me laatst.

Terwijl ik met dit stukje bezig ben, regent het buiten. Niet even, maar al de hele dag en de verwachting is dat het ook zo zal doorgaan in de avond. De paar mensen die ik vandaag tot nu toe sprak, maakten allemaal een opmerking over dergelijk weer. Begrijpelijk. Grijs, druilerig, geen sprankje zon, alles nat en op veel plaatsen modderig. En dat in dagen die toch al worden gekenmerkt door beperking en weinig vrolijk stemmende omstandigheden.

Nu is een van mijn favoriete Bijbelteksten Filippenzen 4 vers 4: Laat de Heer uw vreugde blijven: ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Mooi gezegd, maar hoe doe je dat? Vooral dat : wees altijd verheugd. Op een dag als deze druilerige? Met daarbij toch al het dringende verzoek om zoveel mogelijk thuis te blijven? Wees eerlijk: wij zijn in het algemeen best gevoelig voor de omstandigheden, voor sfeer. En de wereld ziet er anders uit op een mooie lentedag en de mensen zijn dan gewoonlijk vrolijker en vriendelijker.

‘Hagel en sneeuw, onweer wind en regen, deren ons niet. Wij kunnen er wel tegen.’ Dat zongen we vroeger, wanneer we als padvinders in weer en wind onderweg waren. Dapper klonk het, maar dat wil niet zegen dat we blij waren met slecht weer.

Dus: hoe houden we de moed er in? En dan nog wel met vreugde?

Het geheim zit mijns inziens in de paar woorden die in de volgende regel staan: de Heer is nabij. En daarmee wordt het spannend. Immers, dan komt de vraag aan de orde of wij wel beseffen dat God te allen tijde met ons is. Hij is er altijd en kent mij ‘als ik zit of sta, onderweg ben of uitrust’ (Psalm 139). Dat weten, die zekerheid, dat besef dat de Heer er bij is, de hele dag door, dat vertrouwen – hoe bewust zijn wij ons daarvan? Onze cultuur is niet meer zo van ‘zekerheid’. Waarschijnlijk werd daar in het verleden wel wat te gemakkelijk – te verplichtend - over gedaan en sloegen wij – wellicht mee daardoor – door naar ‘zeker weten kan niet, dat is het geen geloven meer’. Wie dat gelooft, of zich dat heeft laten aanpraten, raad ik aan om Hebreeën 11: 1 nog eens te lezen, te overdenken.

Het is misschien wel de armoede van onze cultuur, dat wij de verbinding kwijt raakten tussen God en ons alledaagse bestaan. Een nuttige, mooie oefening lijkt me: stap voor stap ontdekken hoe we kunnen leren leven met de gedachte: God is met ons, te allen tijde, elke stap en elk moment. Als het ons goed gaat en als het minder gaat. Als de zon schijnt en als het de hele dag regent. Als ik spreek en als ik zwijg. Als ik een keuze moet maken en als ik daar geen zin in heb. Altijd dus. De hype die we hebben gehad van WWJD (wat zou Jezus doen) was eigenlijk zo gek nog niet realiseerde ik me laatst.