Gezamenlijk Zondagsblad

Informeert en inspireert betrokken kerkmensen

 

Terwijl het paard rustig doorstapte, keek de berijdster geboeid op haar mobiel. Van fietsers ben ik dat wel gewend, maar dit schouwspel was nieuw voor me. En een dergelijke ervaring deed ik op net in de tijd dat ik het boek Homo deus (de goddelijke mens) las. De schrijver, Yuval Noah Harari, is verbonden aan de Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem. In zijn boek schetst hij wat er mogelijk is met betrekking tot de toekomst. Jammer genoeg gaat hij er van uit, dat alle huidige religies achterhaald zijn en hij vermoedt ook dat het liberalisme zijn beste tijd heeft gehad. De mens van de 21e eeuw zal zich gaan onderwerpen aan de mogelijkheden van de  digitalisering. Het verzamelen, verwerken en toepassen van data zal wellicht de mensheid gelukkiger, welvarender en ouder qua leeftijd gaan maken. Dat levert dan een nieuwe religie op: het dataïsme. De mensheid vertrouwt daarbij alle gegevens, ook van zijn lichaam en geest, via het internet toe aan een server.  Computers gaan sneller en beter werken dan mensen. Sommige mensen kunnen dan misschien nog naar lichaam en geest worden bijgewerkt tot een soort supermensen. Maar wat moeten alle anderen, die niet meer hoeven te werken omdat robots het beter doen wat zij deden? Ik geef toe dat ik de inhoud van het boek tekort doe, maar het is wel zo dat het internet meer en meer ons leven lijkt te gaan beheersen. Nog niet zozeer van hen die als het ware zijn vastgeklonken aan de schermen van mobiel en laptop, maar het gaat verder en het gaat snel. Op 31 juli stond er een artikel in het dagblad Trouw dat als kop droeg: Een butler om te wantrouwen of blij met wat ie kan? Dat ging over een spraakgestuurde app (volgt u het nog?) en een kastje van Google dat je in je huis kunt zetten. De app kan vragen beantwoorden, boodschappen bestellen of een berichtje versturen. En zet je met het kastje een luistervink in je kamer? Deskundigen zien in deze ontwikkelingen uiteraard voordelen en risico’s. Iemand zei: ‘Je zet toch een microfoon in je huis’. En wat geeft die allemaal door zonder dat je het weet? En Harari stelt dat Google en consorten al heel veel van ons weten en dat zij binnenkort ons beter zullen kennen dan wij ons zelf kennen.

 

Is het vreemd dat ik dan denk aan Psalm 139? Lees daar alleen al de eerste zeven verzen maar van. ‘Heer, u kent mij … met al mijn wegen bent u vertrouwd.’ En de gedachte dat alles wat ik doe, nu nog op internet, maar straks misschien ook in mijn huis, wordt geregistreerd en verwerkt? Het lijkt op ‘God ziet alles’, waar je als kind nogal last van kunt hebben. Een voorbeeld. Je fietst langs een restaurant, checkt thuis je smartphone en ziet de vraag voorbijkomen om je bezoek aan die uitspanning te beoordelen. Uitzetten die mogelijkheid!

 

Er is er maar Eén die alles van me mag weten. Hem vertrouw ik volkomen.